
Iedereen die voor het eerst met zuurdesem in aanraking komt, is vaak gefascineerd door het feit dat een starter echt ‘tot leven’ kan komen. De eerste vraag die ik dan krijg, is: “Maar, hoe dan?” Wat maakt die starter nou zo actief? Het antwoord ligt in de samenstelling van je starter en de biologische processen die daarin plaatsvinden. En waaruit bestaat zo’n starter dan eigenlijk?
Een zuurdesemstarter bestaat namelijk uit maar twee simpele ingrediënten:
- Water
- Meel of bloem naar keuze
Op het eerste gezicht lijkt dat misschien te simpel om echt iets te laten gebeuren. Maar zodra je deze twee ingrediënten mengt, komt er een prachtig natuurlijk proces op gang!
Wat zorgt voor de activiteit in je (zuurdesem)starter?
Dat magische borrelen in je potje komt door de micro-organismen die van nature in meel leven. In tegenstelling tot gist uit een pakje, werkt een zuurdesemstarter met wilde gisten en (melk)zuurbacteriën. Zodra ze in contact komen met water, worden ze actief en beginnen ze zich te vermenigvuldigen. Dit is waarom een starter na een paar dagen begint te bubbelen en te groeien: het is letterlijk een kleine kolonie microben die zich voedt en gassen produceert!
Maar wat doen deze micro-organismen precies?
De twee belangrijkste onderdelen in je starter
Wilde gisten
Wilde gisten zitten van nature in meel/bloem en komen tot leven zodra je water toevoegt. Ze voeden zich met de natuurlijke suikers in het meel/bloem en zetten deze om in koolzuurgas (CO₂) en alcohol. Dit gas vormt de luchtbellen in je starter en zorgt ervoor dat je zuurdesembrood later rijst in de oven.
(Melk)zuurbacteriën
Naast (wilde) gisten zitten er ook (melk)zuurbacteriën in je zuurdesemstarter. Deze bacteriën breken suikers af en produceren zuren, wat zorgt voor die heerlijke lichtzure smaak van zuurdesembrood. Daarnaast zorgen ze voor een betere houdbaarheid van het brood, omdat het zuur schimmels en ongewenste bacteriën tegengaat.
Samen werken deze twee micro-organismen in perfecte harmonie om je starter actief en krachtig te maken!
Hoe komen deze micro-organismen in meel/bloem terecht?
De wilde gisten en (melk)zuurbacteriën komen van nature voor in graan. Tijdens het malen komen deze micro-organismen in het meel terecht, waar ze inactief blijven totdat je water toevoegt.
Wilde gisten bevinden zich vooral op de buitenkant van de graankorrel en komen vrij zodra het graan wordt gemalen. (Melk)zuurbacteriën leven van nature op de korrel en in de omgeving van het graan. Ze worden samen met het meel verwerkt. Daarom zie je vaak dat volkoren- en roggestarters sneller actief zijn. Ze bevatten namelijk meer van deze nuttige micro-organismen en voedingsstoffen, waardoor de fermentatie sneller op gang komt!
Bonustip: zo maak je je starter sneller actief!
Wil je een zuurdesemstarter die binnen een paar dagen al goed actief is? Gebruik dan volkoren of rogge in plaats van alleen tarwebloem. Deze meelsoorten bevatten meer voedingsstoffen en micro-organismen, waardoor je starter sneller begint te bubbelen en te groeien.
Wil jij aan de slag met je eigen starter? Zorg dan voor goede kwaliteit meel/bloem (het liefst biologisch), vers water en een beetje geduld. Voor je het weet, heb je een krachtige, bruisende starter waarmee je zelf heerlijk zuurdesembrood kunt bakken!
Dit bericht op Instagram bekijken
Vond je dit een leuke blog? Steun mijn werk! 👩🍳
Vond je deze blog interessant? Ik deel met liefde mijn kennis en tips over zuurdesem(brood). Wil je mij steunen? Met een kopje koffie of een zak bloem help je mij om nog meer waardevolle content te maken. Dankjewel! 💛



